De Siberische boskat
Lid van


Het uiterlijk van de Siberische kat

De eerste indruk van een Siberische kat is er een van kracht. Het is een middelgrote tot grote kat met halflang haar, en opvallend zijn de dikke poten en de grote kop waarin alles afgerond lijkt te zijn. Als je hem optilt moet je verbaasd zijn over het gewicht: dat is meer dan je op het oog zou verwachten! Dit gewicht komt voort uit een zware boning (“dikke botten”) en de bijhorende bespiering. Het zijn vaak “Jerommekes” ! Volwassen katers wegen bij voorkeur ongeveer 6 tot 8 kilo, maar uitschieters naar boven zijn niet ongewoon. Poezen wegen tussen 4 en 6 kilo, hoewel ook kleinere poezen voorkomen. Het is niet zozeer de grootte van de kat, waardoor ze zoveel wegen maar zoals gezegd het bottenstel en de zware bespiering die daarmee samenhang. Het lijf is een enigszins ronde buis, niet met een hoge smalle borstkas zoals je dat bij de meeste katten ziet, maar breder. De heupen zijn even hoog als de schouders, de poten zijn middellang, de voeten rond. De staart reikt tot aan de schouderbladen als je hem langs het lijf voert (nooit over de rug naar de schouderbladen trekken!), begint breed aan de basis en loopt in een afgeronde punt toe. De nek is kort en gespierd.

Behalve dat de kop een impressie van ronde vormen geeft (dit heel duidelijk in tegenstelling tot de Maine Coon en de Noorse Boskat) moet de kop ook niet langer dan breed zijn (het breedste deel van de schedel wordt dan als uitgangspunt genoemd), moet de neuslijn van de zijkant gezien een duidelijk overgaan van neus naar schedel tonen zonder een stop zoals bij de Pers, en mag de kin niet al te ver vooruitsteken, maar ook weer niet zwak zijn. De snuit moet afgerond zijn, zonder een spits snoetje (Noorse Boskat) of vierkant te werken (Maine Coon).Een pinch is niet toegestaan, mar die indruk kan wel gewekt worden doordat de Siberische Kat zware jukbeenderen heeft. De overgang van snuit naar wangen moet een vloeiende zijn. De grote ogen moeten matig schuin staan en een afgeronde vorm hebben. Rond is niet toegestaan(Pers) evenmin als amandelvormig. De oren zijn klein tot middelgroot, staan minimaal een oorbreedte uiteen en vormen een ietwat schuin op de kop ingeplante, naar voren neigende schelpjes. De vacht is halflang, met een waterafstotende, enigszins stugge bovenvacht, een wollige ondervacht en een extra fijne ondervacht. De Siberische Kat heeft in wezen een drievoudige vacht, die hem in staat stelt te overleven in temperaturen tot 40 graden onder 0. De kat heeft een volle kraag met slab, een volle broek en staart en ook de haren op de rug zijn langer, vanaf de schouders (die kort behaard zijn) naar achteren en naar de buik toe neemt de lengte van de haren toe. De bovenvacht is niet langer dan de ondervacht en langere haren op de staart (zoals bij de Noorse Boskat wel graag gezien wordt) zijn niet gewenst. Verplicht zijn de “sneeuwschoenen” (lange plukken haar tussen de tenen) end e pluimen uit de oren. Zeer gewenst zijn de zogenaamde lynxpluimpjes” die bovenop de oren staan. Een Siberische Kat kan zijn vacht zelf onderhouden en heeft alleen in de ruiperiode hulp nodig in de vorm van kambeurten, om te zorgen dat hij niet te veel haren binnenkrijgt. De textuur van de vacht moet zodanig zijn, dat de haren niet klitten. In de ruiperiode is het mogelijk dat losse haren blijven hangen waardoor klitten kunnen ontstaan, maar deze zijn met kammen en voorzichtig met de vingers plukken makkelijk te verwijderen.

De Siberische kat mag in alle “boerenkattenkleuren” voorkomen: zwart (tabby), rood (tabby), (tabby) schildpad (zwart met rood, dit zijn 99.9% poezen), alle genoemde kleuren kunnen verdund zijn, dus blauw (tabby), crème (tabby) en aftekening er niet toedoet; er mag zilver onder zitten (smoke bij de non-agouti kleuren zwart en blauw) en als enige boskattenras mag de Siberische kat ook in colourpoint in alle boevengenoemde kleuren voorkomen. Zwart point wordt seal point genoemd. Een paar kleuren zijn niet toegestaan: chocolat, lilac, cinnamon en fawn, zowel niet bij de Siberische Kat colourpoint als bij de volledig gekleurde Siberische Kat. Ook wordt ticked tabby niet geaccepteerd, omdat deze dingen duiden op inmenging van een ander ras. De standaard verbiedt uitdrukkelijk uitkruisingen met ander kattenrassen.

Een Siberische Kat groeit langzamer dan de gemiddelde huiskat en is rond de vijf jaar pas helemaal uitgegroeid. In de zomer kunnen ze hun vacht bijna helemaal afgooien en soms lijken ze dan bijna kortharing!

 
Copyright©Cattery Iceberg
Webdesign
Marleen De Winter